Verslavingen |
||
![]() |
||
|
Vroeger werd verslavingsonderzoek voornamelijk gericht op onderzoek naar het gedrag van de verslaafden. Tegenwoordig komen onderzoekers erachter dat er schade wordt aangericht binnen het pleziercentrum van de hersenen. Door middel van hersenscans kunnen onderzoekers de biochemie van de hersenen bekijken en hierbij zien ze dat bepaalde hersenstructuren veranderen door verslavingen. Door deze veranderingen raakt de dopaminerespons verstoord. Dopamine is, als neurotransmitter, namelijk verantwoordelijk voor beweging, motivatie, genot, denkvermogen en aandacht. Kortom voor de drang om voort te bestaan. Terwijl niet verslaafden genot halen uit gewone alledaagse zaken, halen verslaafden dat genot uit het bevredigen van hun verslaving. Ook wanneer iemand lichamelijk is afgekickt van de verslaving, na 3 maanden, zal de impuls om aan de verslaving tegemoet te komen blijven bestaan. Deze zaken worden getriggerd door persoonlijke en minder persoonlijke ervaringen die te maken hebben met de verslaving. Bijvoorbeeld een kopje koffie in de morgen of een bepaalde sociale situatie waarin een verslaving wordt bevredigd. Soortgelijke situaties worden in de loop van tijd steeds talrijker en steeds meer situaties, emoties en locaties raken vervlochten met de verslaving. Wanneer iemand blootgesteld wordt aan diezelfde situatie zal de verslaving, ook na de lichamelijke afkick, nog lonken. Een mens is door de evolutie heen ingesteld om genot na te jagen en uitdagingen aan te gaan, doordat de hersenen dit nodig hebben, en waarin dopamine een essentiële rol speelt. Door het bevredigen van een verslaving wordt het pleziercentrum in de hersenen tijdelijk voorzien in die natuurlijke behoefte waarna de situatie in feite erger wordt dan daarvoor. Als bijvoorbeeld een rookverslaving is opgeheven blijft er dus nog wel de behoefte over om genot na te jagen want de hersenen hebben tenslotte genot en uitdagingen nodig. Omdat de hersenenstructuren van een (ex)verslaafde verstoord zijn geraakt zal de lust weer in de oude verslaving terug te vallen blijvend af en toe de kop op steken. Het ligt dan ook voor de hand dat wanneer iemand heeft gebroken met zijn verslaving er een andere verslaving voor in de plaats komt te staan. Vermoedelijk is het niet (blijvend) kunnen stoppen met een verslaving dus minder een kwestie van wilskracht maar een reflexrespons. De hersenen hebben genot nodig en genot wordt net zo hard nagejaagd als eten en voortplanting. Sterker nog, een chemisch geïndiceerde reflexrespons is sterker dan een biologische reflexrespons. Uit de hersenscanonderzoeken blijkt ook dat mensen na een verslaving een verminderde receptorconcentratie hebben en ook minder genieten. Zelfs na 3 maanden tijd. Tijdens de onderzoeken werd ook de vraag gesteld waarom een verslaving zo onbedwingbaar is. Wat gebeurt er nou precies met de hersenen bij verlangen? Evolutionair gezien beloont de mens zichzelf met genot, daar zijn de hersenen ook op ingesteld. De hersenen beschikken dan ook over een genotscircuit. Verslaafden blijven gevoelig voor de verslaving die ze hebben opgebouwd. Er zijn van allerlei persoonlijke ervaringen, situaties en gebeurtenissen die als trigger werken op de verslaving, zogenaamde cues. Mensen krijgen door blootgesteld te worden aan die triggers ontwenningsverschijnselen en een enorme hunkering de verslaving te bevredigen door de emotionele herinnering eraan. De hippocampus zorgt er binnen de hersenen voor dat feiten, zoals data, afspraken en kennis worden opgeslagen. De Amygdala slaat de emoties op en is, als hersencentrum, een sterke motivatiecomponent. Verslavingsonderzoek wijst dan ook uit dat associaties heel krachtig doorwerken en een intense honger naar chemische beloning (chemische reflexrespons) oproepen. Het verslavingsonderzoek wijst verder uit dat medicamenten om de verslaving onder controle te krijgen in combinatie met groepstherapie de meest effectieve manier is om met een verslaving te breken. De chemische biologie van de hersenen bleek alleen vaak sterker, dus ook veel mensen haken hierbij af. Daarnaast is er tijdens het verslavingsonderzoek bekeken in hoeverre de verslaving onder controle te krijgen was door mensen herhaaldelijk te blijven confronteren met verslavingsgerelateerde voorwerpen en filmpjes die deze hunkeringen opwekten. Zouden ze hier dan minder gevoelig voor worden en er een soort immuun voor raken was de vraag. Deze methode bleek ook niet effectief. Er zijn namelijk nog talrijke persoonlijke ervaringen en gebeurtenissen die een verslaafde in de verleiding brengen die niet allemaal in beelden te vatten zijn. Daarnaast bleek een verslaafde na verloop van tijd zich meer en meer bewust te worden van de gecontroleerde omgeving waar binnen hij werd blootgesteld aan deze beelden. Dit was minder reëel voor de persoon in kwestie dan een echte situatie. Het bleef natuurlijk een onderzoek op een plek waar de (ex)verslaafde toch niet aan zijn verslaving tegemoet kon komen. De conclusie is dan ook dat de mens een slaaf is van een genotzuchtig brein. Sommige mensen zijn wel gevoeliger een verslaving te ontwikkelen, zo blijkt uit onderzoek bij tweelingen (twinstudies). Voor een deel is de ontvankelijkheid voor een verslaving dus genetisch. Zolang de chemische huishouding van de hersenen verstoord is, zal er dus altijd sprake zijn van de behoefte de ene verslaving door de andere te vervangen. Want hersenen hebben genot nodig. Geraadpleegde bron: VPRO Noorderlicht (documentaire 38:10 min.) Onderzoekers: Nora Volkow (psychiater) & Anna Rose Childress (psychologe) |
||
|
|
||